zaterdag 7 november 2009

Een bijzondere ontmoeting

Afgelopen september hadden we tijdens onze trektocht door Frankrijk een bijzondere ontmoeting. Het weer was nog steeds schitterend zo laat in het seizoen, maar zou dat zo blijven? In de Elzas hadden we de wijnoogst meegemaakt en als toeschouwers genoten van de druivenplukkers en geroken aan de eerste processen om te komen tot Pinot Gris, Gewürztraminer en Sylvaner. Maar toch kozen we ervoor wat verder af te zakken naar het zuiden, je weet maar nooit, als een van de stops hadden we camping Ahimsa uitgezocht in Serrigny-en Bresse. “Waar ligt dat nou weer?” hoor ik je denken. Nou, dat ligt ongeveer 30 kilometer ten oosten van Chalôn-sur-Saône, een uurtje rijden van de Franse Jura en drie kwartiertjes van de wijngebieden van de Bourgogne. Vanaf de Route Nationale (RN73) moeten we een smalle verharde weg in, na enige tijd stuurt Tom-Tom ons resoluut een nog smallere veldweg in, Marijke begint al te zuchten. Maar het komt nog erger, we moeten slingerend door het saaier wordend landschap over een “bolle” weg, je weet wel, zo’n weg waar je in het midden moet rijden. Want hou je rechts aan, dan hangt je camper ook vervaarlijk naar rechts en waarschuwt het gekraak dat alles dreigt te gaan schuiven. Na twee keer “zijn-we-er-nog-niet” zien we rechts van de weg iets te laat een bordje “Camping Ahimsa”, in de remmen, in de achteruit en voorzichtig het erf oprijden. Is dit een camping?, een zwarte vlag met een doodskop wappert tegen de felblauwe hemel, we hadden eigenlijk een SVR-vlag verwacht. Een felgekleurde in-elkaar-gedeukte auto staat bovenin een appelboom geparkeerd. Nou ja, we stappen maar uit, ik heb trouwens ook geen zin meer om nu nog door te gaan rijden.

Drie grote donkere honden komen blaffend op ons af, deppen een voor een hun natte neuzen op onze angstige bovenbenen, doen een paar stappen achteruit om opnieuw te gaan blaffen. “Ze bijten niet” horen we een jongeman uit een bovenraam in keurig Noord-Hollands roepen “zoeken jullie de baas, loop maar binnendoor, hij is aan de andere kant!”. Ingesloten door de kwispelende en blijkbaar van blijdschap blaffende honden werken we ons door links en rechts gestapeld hout naar de andere kant van een soortement langgevel-boerderij. Blijkbaar had de baas ons al gesignaleerd en voordat we iets kunnen vragen roept een sjofel gekleed manneke met lang haar en ontploft gebit: “eerst koffie, ga maar even zitten!”. Hij beent een buitentrap op naar boven en wij zoeken een plekje onder een wel erg volle maar gezellige veranda. De grote wuilessen van honden leggen een voor een hun vervaarlijke koppen bij ons op schoot, en kijken ons toch wel erg lief aan. Daar komt de campingbaas met lekkere pruttelkoffie de trap af, achter hem daalt ook rockmuziek uit de jaren 60 af. “Daar staan de kopjes, en er moet ook nog ergens suiker en melk staan.” We krijgen een stevige werkershand en vanachter de nog resterende tanden klinkt omfloerst door de rockmuziek: ”Hallo, ik ben Kees Kok”.


Wat een zachtaardige vent met een open karakter! In no-time blijkt ieder onderwerp bespreekbaar en elke afwijkende mening gerespecteerd, dat je daarvoor zo ver van huis moet zijn. Kees Kok blijkt een midden-vijftiger, die slechts één grote reis in zijn leven gemaakt heeft. Als dorpsgek van Lutjebroek runde hij samen met vader en broer een bloemkolen-bedrijf. Met zijn HBO-opleiding zorgde Kees vooral voor de technische inbreng. Na privé-problemen liet Kees zich uitkopen en besloot een kennis op te zoeken in Frankrijk. Tijdens die enige verre reis ging hij op zoek naar een nieuwe stek. Het eerste bezoek aan die oude vervallen boerderij in Serrigny-en-Bresse gaf hem zo’n goed thuisgevoel, dat hij er de afgelopen 12 jaar niet meer weg is geweest. Geen TV, geen internet, slechts een wereldradiootje vertelt hem elke dag het hoogstnodige nieuws.
Maar wij moeten nog een plekje hebben voor de camper, want het begint al te schemeren. “Zoek maar wat uit”, alleen de toiletruimte is inmiddels in gebruik als opslagruimte “maar jullie kunnen hierboven bij mij onder de douche of naar de WC”. Nou ja, dat zien we dan wel. We vinden een prachtig plekje voor onze camper, met zicht op de ondergaande zon. Alleen, Marijke moet nog even wachten, want het looppad naar en rondom de camper moet eerst nog ontdaan worden van een twintigtal hondenkeutels. En grote honden hebben grote . . . goed zo!

Na een heerlijk rustige nacht worden we s’morgens wakker met op de achtergrond heerlijke rockmuziek, maar de volumeknop lijkt fors omhoog te gaan als de deur van de camper opengaat. Kees is al aan het werk en als ik naar het toilet ga, staat in de keuken een ketel sperziebonen te pruttelen voor een hele compagnie. “Jullie komen vanavond bij mij eten” klinkt het als ik de trap afloop, blijkbaar vermoedde hij al dat we nog een nachtje wilden blijven.Na het ontbijt gaan Marijke en ik onze nieuwe tijdelijke woonomgeving bekijken. Naast de drie eigen honden lopen er nog twee honden op het terrein. Kees heeft binnen de muren van de oude boerderij een viertal appartementen gebouwd, alle vier zijn ze permanent verhuurd aan drie jonge franse stellen en een vrijgezelle Zwitser. Die jongeman, die ons gisteren begroette, blijkt een zoon van een vriend. Hij was verslaafd (geweest), en door z’n vader naar Kees in Frankrijk gestuurd. Inmiddels woonde hij al twee jaar bij Kees, was niet meer verslaafd, woonde samen met een Française en had werk gevonden “in-de-omgeving”. Op het terrein liepen een tiental over-behaarde schapen vrij rond, elk jaar werden de jongste dieren verkocht! In de schuur stak een nieuwsgierig varken z’n kop naar buiten, het beest werd goed verzorgd, maar ja, wat wil je, hij werd straks door Kees hoogstpersoonlijk zelf geslacht en moest dan voor 1½ jaar vlees leveren. In die tijd zal een volgend slachtoffer zijn plaats innemen. Langs de veldweg had Kees zijn biologische tuin gesitueerd, we schrokken van de hoeveelheid onkruid maar de groente stond er verbazend goed bij!

Marijke zei tegen me: “Nu moeten we Kees wel op de koffie vragen vanmiddag”. Okay, het was even zoeken naar Kees, maar de uitnodiging werd geaccepteerd. Marijke zet koffie en even later staat een vreemde man voor de camper. Keurig gedouched, haren gekamd, strooien hoed en schone kleren: Kees komt op visite! Wat een man, wat een manieren, dat verwacht je toch niet? De visite gaat geruisloos over van de koffie met koek naar de wijn met franse kaas tot aan de borrel bij de ondergaande zon. “Nu ga ik koken, jullie komen bij me eten en ik heb nog drie gasten. Ja, ik kook wel vaker voor die jongens”. Marijke en ik hebben even de tijd om de rommel op te ruimen en te bekomen van de diepgaande gesprekken van die lange visite. Kees blijkt een filosofische kijk en soms spirituele blik op het leven te hebben. Een andere mening wordt respectvol omarmd en plotseling blijkt de 7 een bijzondere plek in onze levens in te nemen. Het gaat te ver om al die onderwerpen de revue te laten passeren maar Marijke en ik zijn het eens:”Dit is een echt goeie vent, niks mis mee!”, en een van die bijzondere ontmoetingen in ons leven.


Het was gezellig onder de veranda, en voor eind september opvallend zacht. Onze tafelgasten waren bewoners van twee appartementen, een jong Frans stel en de wat oudere vrijgezelle Zwitser. De voertaal was Frans, wat ik helemaal niet erg vond. We konden nu immers rustig genieten van de mooie avond, de prachtige omgeving, het lekkere eten en slechts af en toe wat zorgvuldig uitgekozen franse zinnetjes met onze gasten wisselen. Het menu was eenvoudig maar lekker. De Zwitser had rode-bieten-salade gemaakt, waar Marijke gek op is. Het hoofdgerecht was Gado-Gado à la Kees, gelardeerd en weggespoeld met Franse wijn en water. En natuurlijk afsluiten met die pruttelkoffie van Kees. “Morgen gaan we verder”, Kees kijkt wat meewarrig naar een indrukwekkende sterrenhemel. We “doen nog een half bakkie” en gaan slapen. Maar niet voordat Marijke en ik uitvoerig een bijzondere dag hebben geëvalueerd.

De volgende morgen, onze eigen waakhond ligt nog steeds bij de camper. Hij begrijpt er niets van dat we de luifel indraaien en de fietsen achterop doen. Hij loopt naar de camperdeur en kijkt naar Marijke. Dan kijkt hij naar mij hoe ik de fietsen vastbindt. “Komen jullie eerst nog koffie drinken” klinkt er tijdens het zoveelste rocknummer. En even later staat de camper op de oprit en wij zitten aan de koffie. Marijke en ik hebben de rekening naar boven afgerond, en in dichtvorm met het getal zeven op een zelfgemaakte kaart onze dank uitgedrukt. Kees maakt de enveloppe open en wacht even met lezen. Ook weer zo’n trucje van stoere mannen om opkomende emotie weer terug te dringen. “Prachtig”, zegt Kees als hij de kaart heeft gelezen en twee vochtige ogen dwingen hem even te wachten met verder commentaar “Jullie waren een stel bijzondere gasten” mompelt hij nog tussen die paar resterende prachtige tanden.
We nemen afscheid, er zijn weinig kerels die ik zoen, maar voor Kees maak ik een uitzondering. Het eerste uur in de camper wordt er weinig gesproken, dit waren twee mooie dagen en een bijzondere ontmoeting.

Als je op zoek bent naar een eenvoudige camping met een bijzondere campingbaas: Camping à la ferme Ahimsa, 7 Chemin de Pouilly, Le Bouchat 71310, Serrigny en Bresse, Frankrijk (Telefoon: 0033-385477872). Vergeet hem vooral niet de groeten van ons te doen.

Thuisgekomen heb ik nog even nagezocht wat Ahimsa eigenlijk betekent. Ahimsa is een religieus of spiritueel filosofisch concept van geweldloosheid en eerbied voor al het leven. Ahimsa betekent volledige geweldloosheid. Het is een innerlijke houding waarin men leeft, die een zekere ontwikkeling vereist, zonder ook maar iets op enig niveau te forceren. Het is dus gewoon Kees.

Geen opmerkingen: